VNG in Rio: voor duurzame inspiratie
14 mei 2012
De Vereniging Nederlandse Gemeenten doet mee in het Rio+20 proces. Als scout mag ik voor de VNG op zoek naar duurzame inspiratie. Natuurlijk door te buurten bij onze collega gemeenten die daar breed vertegenwoordigd zijn. Maar ook door bij de vele honderden maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en de wetenschap te rade te gaan. Want wat kunnen wij, lokale gemeenschappen, leren van die enorme rijkdom aan kennis en initiatieven die in juni in Rio bij bij elkaar worden gebracht?
“Helemaal naar Rio om inspiratie op te halen voor Haarlem, Lochem of Veenendaal? Mijn buurvrouw vind dat ik, als Lochemse wethouder duurzaamheid, er gewoon voor de Lochemmers ben. Dat is ook zo. Tegelijk, als ik naar mijn werk fiets zie ik de vrachtschepen vol sojaschroot en tapioca bij onze veevoedergigant ‘For Farmers’ en ruik ik de zoete geur van de melkpoeder en boter van ‘Friesland Campina’. Als we ons lokale energiebeleid vormgeven doen we dat met het oog op mondiale klimaatverandering en grondstoffenschaarste. Als we werken aan gebiedsontwikkeling, zoeken we naar mogelijkheden om fosfaat, stikstof zo lokaal mogelijk in de kringloop terug te brengen en afhankelijkheid van fossiele energie in te perken. De wereld is onze achter- en voortuin en het is goed om zo nu en dan met je buren in gesprek te gaan. Wie weet, kan je nog wat van ze leren. Kennis vermenigvuldigt zich daar haar te delen. Dat gaan we in Rio doen.
Mijn buurvrouw is nog niet overtuigd. “Nederland is toch een kennis- en handelsland? We kunnen de wereld best wat leren en producten verkopen, maar als wethouder voor alle gemeenten kennis en inspiratie ophalen? We moeten gewoon doen, niet lullen maar poetsen!” En natuurlijk heeft ze een punt. We weten en kunnen al zo veel. De geduldige wandelgangen van de internationale conferenties hebben zelden de innovatie gebracht die duurzame ontwikkeling dichterbij brengt. Maar die gangen loop ik nauwelijks op, in Rio. Naast al de diplomatie en de – bijna vanzelfsprekende cynische magere vooruitgang in de akkoorden – ontmoeten mensen van lokale gemeenschappen, wetenschap en bedrijfsleven elkaar om te vertellen hoe het wel kan, concreet, in het hier en nu, zonder langdradige papieren onderhandelingen. Mensen, hun organisaties en gemeenschappen, die concreet vorm geven aan een wenkend duurzaam alternatief. Inspireren en verleiden, vele malen sterker dan de – noodzakelijke – diplomatieke onderhandelingen. Met die mensen en organisaties zal ik, voor de VNG zijn.
“En dan, wat hebben wij eraan? Jij geïnspireerd is leuk, maar wat levert dat op?” Het is duidelijk, mijn buurvrouw wil boter bij de vis. en vele anderen met haar. In mijn gemeente werkt, deels onbewust, de inspiratie uit het ‘zuiden’ al enorm door. Net als in zovele andere gemeenten. Initiatiefnemers van onze coöperatieve energie werkten in Bolivia, Chili, Tanzania, Nicaragua en India. Daar leerden ze, met lokale gemeenschappen, hoe je tegen alle krachten in eigen kracht en macht kan ontwikkelen en hoe je deze kan gebruiken voor wezenlijke alternatieven voor dominante systemen. Dus als we een niet-duurzaam en centraal gestuurd energiesysteem hebben, waar we een wel-duurzaam lokaal alternatief tegenover willen stellen, dan kunnen we te rade gaan bij de lessen die in het ‘zuiden’ zijn geleerd. Dat deed LochemEnergie en daarmee kreeg ze sleutels in handen voor een ontwikkeling die dit initiatief tot een van de meest succesvolle in Nederland maakt. Dat is toch ‘boter bij de vis’?
In Rio komen ze bij elkaar: diplomaten en regeringsleiders. Maar parallel aan die bijeenkomst zal er een feest van duurzame inspiratie zijn, van gemeenten en gemeenschappen, wetenschap en bedrijfsleven. Ik mag, voor de Nederlandse gemeenten daar aan mee doen. Om lessen op te halen en te vertalen naar de praktijk van de lokale gemeenschappen. Die daarmee, getuige bijvoorbeeld de kracht van FairTrade en Millenniumgemeenten, Klimaatverbond en vele andere initiatieven, daar best een weg mee zullen weten.
Thijs de la Court is wethouder van de gemeente Lochem







